Geen Pronkzitting maar een carnavalesk Pronkconcert in Oss.
door Wouter ter Haar OSS
Iets nieuws opzetten is voorwaar geen sinecure. De Stichting Carnavalsviering Oss heeft het aangedurfd om de wat sleets geworden Pronkzitting met ieder jaar vrijwel dezelfde ingrediënten 'op te pimpen' tot een heus Pronkconcert. Dit onder het motto van stadsprins Hans d'n Twidde (oud-wethouder Hans Boerboom): Noît ut z11de (Nooit hetzelfde).
De verandering was gewaagd, maar de belofte is niet geheel ingevuld. Slechts een aantal - helaas wat spaarzame- momenten sprongen er uit. De bedoeling van het pronkconcert was om klassieke muziek op een carnavaleske wijze te brengen. Voor het klassieke was met name het symfonieorkest uit Venlo ingeschakeld. Aan muzikale kwaliteiten ontbrak het dus niet. Het orkest, onder leiding van Ilia Belianko, speelde vaardig stukken van Strauss, Mozart, Tsjaikovsky, Grieg en Rossini. Niks mee, maar écht sprankelend was het nu ook niet.
De verschillende Osse carnavalsclubs werden uitgedaagd om de combinatie met klassiek en carnaval te zoeken. Dat was soms wat geforceerd, zoals het optreden van Kennet die op muziek van Grieg met monniken en grafzerken het stuk ‘Nooit een dooie boel’ bracht. Ook Doet hier Iets met ‘ Kleurrijk Oss’ was, gezien de prestaties in het verleden, nogal flets. Zij bezongen de ‘ pracht en schoonheid’ en het kleurrijke van Oss.
Klassiek en carnaval vonden beter hun combinatie in de optredens van operazanger Berry Reijnen met eerst Nolly Luning en later Casper Janssen. Luning ging voor de carnavalsstampers, terwijl Reijnen meer het klassieke trachtte te brengen: aardig. Reijnen en Janssen brachten vervolgens een vaardig duet uit de Parelvissers. Hoogtepunt van de avond vormde, jammer genoeg, een act uit den vreemde. Um en Um uit Horst wist met scherpe teksten over de katholieke kerk, het koningshuis, jehova’s en piercings de de lach los te krijgen. Dat lukte ook de Osse Toppers. Met hun liedjes over onder andere Marianne Marijnissen, maar vooral door hun extravagante kledij. Met name die van Casper Janssen met blote bast en witte engelenvleugels. Ook Haagse An en Osse Sien stegen boven het gemiddelde uit. De Haagse An vond dat Osse Sien maar wat meer aan cultuur moest doen. Samen kwamen zij vervolgens in zoet roze op muziek van Tsjaikovsky een ballet opvoeren. Carnavalesk en klassiek en nog om te lachen ook. Maarten van Vugt bracht een sympathieke ode aan Brabant met het lied van Guus Meeuwis. De oud-prinsen konden met enige moeite, maar met veel lol, Glory Halleluja zingen en Kiep Kwajt trad eerst met Sjaak en Peer op in een wervelende medley van liedjes van Wim Kersten en vervolgens nog met hun eigen winnende lied ‘ Serpentine in mijn haar’.
Ook was er nog tijd voor wat plichtplegingen. Henk Janssen kreeg vrijdag de Orde van Verdienste en zaterdag kreeg de Krinkelkoppen- commissie die de carnavalsmis organiseert de Gouwe Ossekop. Het was kortom eigenlijk allemaal net te braaf en te voorzichtig. Vooral vóór de pauze. Met iets meer brutaliteit, bravoure of inventiviteit zou het pronkconcert uit kunnen groeien tot iets moois. Maar daarvoor is nog wel wat werk te verrichten.