Programma Mozartproject


Mozart Religieus
Mozart Alla Turca
Mozart Vocaal
Mozart Maçonniek

Mozart Religieus

Zoals Mozart als mens een "compleet" mens was: van ravotter tot werker, zo toverde hij alle aspecten van het leven om in de vorm van boeiende kunstwerken.
Mozart is in eerste instantie een componist van opera’s, symfonieën, sonate's, divertimenti en kamermuziek voor verschillende combinaties van instrumenten. Maar een project rondom deze veelzijdige componist is niet compleet indien voorbij wordt gegaan aan zijn religieuze muziek. Het niet belichten van deze spirituele werken zou onrecht doen aan deze componist.
Bij de vele gelegenheidsmuziek die Mozart componeerde nemen oratoria, litanieën, offertoria, kerksonates, en niet te vergeten missen een bijzondere plaats in.
Om die reden is "Mozart religieus" een terecht begin van het Mozartproject in Venlo.

Door de positie die Mozart in zijn jonge jaren bekleedde bij de kapel van de aartsbisschop van Salzburg sprak het vanzelf dat hij regelmatig voor de kerk componeerde. Zo schreef Mozart onder meer 19 missen voor koor, diverse solisten en orkestbegeleiding. Zij weerspiegelen de geest van de Zuid-Duitse en Oostenrijkse rococo en verraden daarnaast Italiaans invloeden.
Van deze werken is de Missa Brevis KV 259, die Mozart in Salzburg schreef in 1776, een van de meest gespeelde. Zij dankt de bijnaam “Orgelmesse” aan de grote orgelsolo in het Benedictus, die het neerdalen van Christus op aarde schildert.

Het Jubilate Deo is een melodie die geënt is op een oude gregoriaanse melodie.

Het Ave Verum is een laat werk van Mozart. Hij schreef het in de laatste zomer van zijn leven. Het stuk werd geschreven in Baden, waar Mozart's vrouw Constanze op dat ogenblik een kuur deed. Het was bedoeld voor het feest van Corpus Christi en Mozart schreef het speciaal voor zijn vriend Anton Stoll. Anton Stoll was schoolmeester en dirigent van een kerkkoor.

Ave verum Corpus
Natum de Maria Virgine
Vere passum immolatum
In cruce pro homine
Cujus latus perforatum
Unda fluxit et sanguine
Esto nobis praegustatum
In mortis examine

Terug naar begin van de pagina


Mozart Alla Turca

Tijdens hun wandeling naar het Westen verslaan de Turkse troepen in 1055 Bagdad, zes jaar later staan ze twee honderd kilometer voor Constantinopel (het huidige Istanboel). Toen in 1453 Constantinopel, de hoofdstad van het orthodoxe christendom werd veroverd, waren de Turken de buren van het Westen geworden. Maar de Turkse sultans wilden meer. Het rijk breidde zich verder uit in de richting van het Westen en zo werd ook de Balkan bij het Turkse (ofwel Ottomaanse Rijk) gevoegd. En dan komt het moment dat Wenen in de verte gloort.


Maar de tocht naar het Westen gaat verder. Het ooit zo georganiseerde Turkse leger verloedert. Op de tocht naar het Westen worden christenen uit de Balkan geronseld mee ten strijde te trekken. En zo ontstaat het Janitsarenlegioen dat in 1683 tot vlak voor de poorten van Wenen staat.
In zijn strijd tegen deze Turkse overmacht krijgt de Oostenrijkse keizer Leopold echter hulp van de Poolse Jan Sobiesky. Op 17 juli begint het beleg van Wenen en vlucht de keizerlijke familie naar Passau. Op 12 september vindt de eindstrijd plaats bij de slag op de Kahlenberg, vlak voor Wenen. De Turken blazen onverrichterzake de aftocht en de overwinning is aan de Oostenrijkers, met dank aan de Polen!

Na deze overwinning bij de Kahlenberg kon Wenen zich in vrijheid ontwikkelen tot een schitterende Barok-stad. En sinds deze gewapende conflicten zijn de Turken steeds aanwezig geweest in de Europese literatuur en muziek.
Bijna een eeuw later componeerde Mozart zijn opera Die Entführung aus dem Serail. Mozart hield zich hierbij aan het uitgangspunt van die tijd dat een opera een "journalistieke" waarde moest hebben, betrekking moest hebben op de actuele situatie dus. Die Entführung aus dem Serail is zo’n stuk. Een eeuw na de slag bij de Kahlenberg was men er nog steeds niet gerust op dat deze situatie zich zou herhalen. De angst voor de Turken zat er nog steeds goed in. En wat is er dan effectiever om hier en daar de spot te drijven met die Turken. Het Turkse karakter van de muziek hoort men door het gebruik van triangel, bekken, grote trom en ander slagwerk.


Over de Ouverture van Die Entführung aus dem Serail schrijft Mozart zelf in een brief aan zijn vader: "Zij is heel kort, wisselt voortdurend piano en forte af, waarbij in het forte telkens de Turkse muziek invalt; zij moduleert zo naar verschillende tonen en ik geloof, dat men er niet bij slaap zal kunnen vallen, al zou men de hele nacht geen oog dicht hebben gedaan."
Honderd jaar na de bevrijding van Wenen zien we de invloed van de Turkse muziek in de Westeuropese muziek toenemen. Ook bij onze eigen Venlose Fodor horen we het alla turca-thema in zijn pianoconcert. En ook Beethoven ontkomt er niet aan dit thema te laten doorklinken.

Terug naar begin van de pagina


Mozart Vocaal

Naast aria's uit de grote bekende opera's van Mozart besteedt het Venloos Symfonie Orkest ook aandacht aan twee vroege werken van Mozart.
In 1768, hij is dan 12 jaar oud, schrijft Mozart het Singspiel Bastien und Bastienne. Het verhaalt over een herderinnetje, Bastienne, dat teleurgesteld is in de ontrouw van haar geliefde Bastien. De plaatselijke waarzegger, Colas, trekt het zich aan, bedenkt een plot en alles komt goed.
Van Mozarts vroege opera's werd Bastien und Bastienne tijdens zijn leven het meeste opgevoerd.

Ook La Finta Giardiniera (de voorgewende tuinierster) is een vroege opera. Mozart was 19 jaar toen deze opera in première ging. Mozart schrijft La Finta Giardiniera in eerste instantie als een Opera Buffa, een komische opera, bedoeld als theateramusement voor de carnavalstijd. De première was een succes (1774). Toch schreef Mozart de Duitse versie van Andreas Schachtner over in de partituur. Als het zo ontstane Duitse Singspiel had het werk nog meer succes.
Na de nodige verwarring en verbijstering krijgt de opera een happy end met een drievoudige bruiloft.

Terug naar begin van de pagina


Mozart Maçonniek

ofwel

MOZART EN DE VRIJMETSELARIJ

 De eerste bronnen waarin gesproken wordt over Vrijmetselaarsloges treffen we aan in Frankrijk (Strassbourg), in 1275. Gesproken wordt daar over metselaars (Fr. = maçon). De driehoekige metselaarstroffel is nog steeds een van de symbolen van de vrijmetselarij, evenals de passer en de driehoek.
Deze bouwwerkers groeperen zich in Gilden. De zo ontstane gilden, loges, namen steeds meer leden met andere beroepen op. Dat deze gildes juist in de bouw ontstonden is niet vreemd wanneer we bedenken dat we dan leven in een tijd waarin de bouw van kathedralen en paleizen hoogtij vierde. Deze loges verspreiden zich over heel Europa.
Van een beroepsgilde werd de vrijmetselarij tot een manier om mensen te stimuleren bewust denkend in het leven te staan. Hierbij werd gebruik gemaakt van symbolen en rituelen.
De vrijmetselaarsloges zijn hiërarchisch opgebouwd in drie graden: leerling, gezel en meester. In de loge worden meestal onderwerpen van levensbeschouwelijke aard besproken.

In Nederland ontstaat de eerste vrijmetselaarsloge in 1734. Maar ook in Wenen kwamen uiteraard diverse vrijmetselaarsloges voor.
Het is dan niet zo verwonderlijk dat Mozart, toen hij perioden van financiële nood kende, zijn toevlucht nam tot deze loges. Hier vond hij rust en troost in moeilijke tijden. Daarbij kwam bovendien dat zijn composities hem tot een zeer gewaardeerd lid maakten. Nadat hij zich in de vrijmetselarij had verdiept klonk in zijn muziek een nieuw geluid door. Volgens Einstein "kan men in die 69 maten (van de Trauermusik) alle symbolen van de vrijmetselarij terugvinden: de parallelle tertsen en sexten, de koppeltekens en het kloppende ritme ……".
Mozart heeft zoveel composities gemaakt bij gelegenheid van vrijmetselaarsgebeurtenissen dat vaststaat dat ook hij lid was van een van deze loges.

De opera Die Zauberflöte is voor velen het meest geniale werk van de meester Mozart. Albert Einstein die bekend stond als een notoir Mozart-kenner noemde Die Zauberflöte: Mozarts testament voor de mensheid.
Op het eerste gezicht is de Toverfluit een eenvoudige vertelling van de beproefde liefde tussen de prins Tamino en zijn geliefde Tamina, en tussen der Vogelfänger Papageno en zijn droomvrouw Papagena, maar niets is minder waar.
De Toverfluit werd voor de eerste keer opgevoerd op 30 september 1791 in Wenen, amper twee dagen nadat Mozart de laatste stukken had afgewerkt. De ouverture alleen al zal de toeschouwer uit die tijd sterk hebben verbaasd, het was immers erg ongebruikelijk dat een komische opera begon met een inleiding van drie zware akkoorden (die herinneren aan de drie hoeken van de troffel), onderbroken door een ontzag inboezemende stille interval, om dan te worden gevolgd door aangename en opgewekte muziek die opnieuw abrupt onderbroken wordt door de drie gewichtige akkoorden, uitgevoerd door trombones. De aandachtige toeschouwer zal, mits enige voorkennis, opmerken dat de opera over de hele lijn een lofzang inhoudt op de Vrijmetselarij waartoe ook Mozart behoorde. Naast de indrukwekkende ouverture die doet denken aan een maçonnieke eredienst, is zowel de muziek als de zang en het scenario verweven met verwijzingen naar de idealen van de Vrijmetselarij. Meest opvallende tekenen hiervan zijn zeker het slotkoor die de lof zingt over de Wijsheid, Kracht en Schoonheid (waarden die de Vrijmetselaar nastreeft), het veelvuldig gebruik van het getal 3, Pamina die bepaalde beproevingen moet ondergaan die vergelijkbaar zijn met de inwijding van een leerling-Vrijmetselaar en het feit dat de opera begint en eindigt in Es, de toonsoort met drie mollen.
De twee mooiste maçonnieke composities van Mozart zijn de "Die Maurerische Trauermusik" (KV 477) en een rustig, mysterieus Adagio in Bes (KV 411) voor twee klarinetten en drie bassethoorns.

Professor Tjeu van den Berk werkte tot voor kort aan de Katholieke Theologische Universiteit te Utrecht. Hij houdt zich in zijn vakgebied bezig met 'initiatie', 'religie en kunst' en 'biologisch/psychologische ingangen tot het spirituele'. Hij is de auteur van 'Die Zauberflöte, een alchemistische allegorie', een boek dat in Nederland zijn vijfde druk heeft gehaald en inmiddels in het Engels is vertaald. Verder verschenen recent van hem boeken over de werking van ons archaïsche brein ('Het mysterie van de hersenstam' (derde druk)), over het symbolisch bewustzijn ('Mystagogie' (vierde druk)) en over de ervaringen van verrukkelijke huiver die aan een mensenleven ter plekke zin geven (‘Het numineuze’). Van den Berk is ook actief op het gebied van film en educatie.


In zijn voordracht staat van den Berk stil bij de achtergronden van Mozarts inwijding in de Vrijmetselarij. Wat bewoog deze toch intens toegewijde katholiek tot deze stap, waar lag zijn kritiek op de kerk en waar niet, hoe kon hij in de laatste jaren van zijn leven met evenveel spirituele bewogenheid werken aan het intens katholieke Ave Verum en Requiem als aan Inwijdingscantates voor zijn medebroeders en een vrijmetselaraarsopera? Waar voedt hij zich aan gemeenschappelijke bronnen, waar benadrukt hij het eigene, en waar blijft Mozart de souverein vrije mens en kunstenaar, die steeds maat weet te houden? De voordracht zal geïllustreerd en afgewisseld worden met muziekfragmenten, met briefcitaten en eventueel met beeldmateriaal.

Terug naar begin van de pagina